Mijn streven is schilderijen en tekeningen te maken die puur en ongekunsteld zijn. Het werk moet met aandacht en vakmanschap gemaakt worden.


Ik wil me concentreren op het enige dat werkelijk van waarde is: de positieve kracht van mensen, van bloemen, van landschappen en abstracties. Dit doe ik door de onderwerpen zonder context weer te geven.

 

                                                                                                 

 

 

Uitgebreide achtergrond 

 

Jeroen Dercksen is een schilder en tekenaar die zich in verscheidene schildersdisciplines heeft gespecialiseerd. Hij schildert zowel figuratief als abstract. Hij schilderde tot nu toe portretten, landschappen en bloemen. Veel van zijn werk is gemaakt met acrylverf op doek. Werkt sinds 1992 als autonoom kunstenaar.

 

Stijlen

Mensen die mijn werk voor het eerst zien, stellen bijna altijd dezelfde vraag: Hoe kan iemand zowel abstract als heel realistisch schilderen?
Zij zijn erover verbaasd, dat een schilder succesvol kan zijn in verschillende genres van de schilderkunst. Zeker als ik ze vertel dat ik op uren achter elkaar kan werken aan een detail van een portret en vervolgens dezelfde dag nog, een opzet maak voor een groot expressief bloemen of abstract schilderij. Een aantal jaren geleden kon ik de opdrachtgevers en kopers indelen op basis van de drie genres . De realistische portretten, de expressieve bloemen schilderijen en de abstracten. De laatste jaren komen er steeds meer klanten die de samenhang interessant vinden.
Ik vind het vanzelfsprekend zo te werken. Het is zo gegroeid en ik verwacht daarmee door te gaan. Terugkijkend na 12 jaar beroepsmatig schilderen kan ik wel enkele verklaringen vinden. Al van jongs af aan (mijn vader was ook schilder) ben ik geconfronteerd met meningen van kunstenaars uit de academische en de avant-garde kunst. Als jongen werd ik meegenomen naar Romaanse kerken en ook naar de Bienale van Kassel.De theoretische beschouwingen over de moderne schilderkunst zijn voor mij net zo belangrijk geweest als die over de oudere kunsten. Ik heb de kunstgeschiedenis ervaren als een beschrijving van ontdekkingen. Zoals die zijn gedaan op het gebied van materiaal en techniek, de beeldelementen, de inhoud van het beeld, de waarneming, de rol van de kunstenaar of de maatschappelijke context. Daarnaast is in de wetenschap ook veel bekend geworden over creatieve processen.

Inspiratie

Eens heb ik bedacht dat als ik een goed kunstenaar wil zijn , ik in zoveel mogelijk deelgebieden van de kunst goed moest worden. En `goed erin` worden betekent voor mij zoeken naar kennis, naar vaardigheden en inzichten die met kunst van doen hebben. Aan deze zoektocht ben ik min of meer verslaafd geraakt. Er is op dit moment zoveel informatie te vinden. Er zijn boeken en films die gaan over schilders en werkmethoden over de door hen gebruikte materialen en hun denkwijzen.

Ik ben gaan wonen in een gebied waar veel cultuur te zien is. Een half uur fietsen en ik sta oog in oog met een Rembrandt een van Gogh of een de Kooning. Dan kom ik meteen langs een winkel waar ik hoogwaardige schildersspullen kan kopen. Kennis en materialen zijn onder handbereik.
Het kennen en weten en het hebben van goede materialen betekende nog niet dat ik kon schilderen. De techniek van schilderen en tekenen leren, betekende ook eindeloos oefenen van de concentratie de waarneming en de motoriek.
Dit zie ik net als trainen in de sport. Trainen om goed te worden is noodzakelijk. Wanneer ik een opdracht krijg om een portret te tekenen dan begin al een week van te voren iedere dag een uurtje te tekenen. Dan geef ik mezelf opdrachten om de waarneming of de motoriek te oefenen. Bijvoorbeeld: teken alleen goede contouren of teken een goede vlakverdeling. Hiervoor gebruik ik natuurlijk mensen uit mijn directe omgeving als oefenobjecten. Dit werken vraagt veel discipline en regelmaat.
Als ik na een periode van inspanning merk dat iets weer beter lukt dan voorheen dan word ik blij en ben ik weer gemotiveerd om door te gaan.

Deze opgedane kennis, vaardigheden en inzichten zijn voor mij de instrumenten om goed te kunnen schilderen.
Als ik geconcentreerd aan het schilderen ben dan raak ik in een bepaalde geestestoestand. De allerdiepste reden waarom ik schilder is misschien wel dat ik die geestestoestand wil bereiken. Ik ben er achtergekomen dat de manier waarop ik werk van invloed is op mijn gevoel. Ik gebruik de drie genres om verschillende concentraties te voelen.

Portretten

Als ik realistische portretten van mensen schilder gaat het er niet om mijn emoties of mijn persoonlijkheid tot uitdrukking te brengen, maar juist die van een ander. Mijn handschrift de vlakverdeling, het kleurgebruik, alles staat in dienst van de persoon die afgebeeld wordt. Voordat het definitieve schilderij geschilderd wordt, bedenk ik hoe het moet worden. Ik maak zelfs een schets in grijswaarden op ware grootte. (In grijzen omdat ik dan nog makkelijk wijzigingen kan aan brengen). Het maken van zo`n schilderij is dus voor mij een soort puzzel waarbij de experimenten leiden tot puzzelstukjes die veranderd kunnen worden. Maar steeds worden deze stukjes getoetst of ze wel passen binnen het idee. Een langdurig proces is het meestal wel. Maar hoe beter de voorbereiding , des te minder frustraties je tegen komt bij de uiteindelijke uitvoering. Het voordeel van deze werkmethode is dat je alles wat je weet en kunt, bijna bewust gaat toepassen. Het gevoel van beheersing en sturing is prettig te ervaren. Ik heb na afloop het idee dat ik echt een prestatie heb geleverd.

Bloemenschilderijen

Met het maken van mijn bloemenschilderijen wil ik iets anders bereiken. Als ik naar de natuur teken (dat geldt natuurlijk ook voor het tekenen van mensen daarin kom je dit ook tegen) dan kom ik in een concentratie die mij een erg prettig gevoel geeft. Een gevoel van verwondering en intensiteit. De vormentaal en kleuren, het licht de statigheid de breekbaarheid de diepte enz. van je onderwerp. Alles lijkt een diepe indruk te maken. Je komt in een roes. Als vanzelf in een trance verkerend geef ik het schilderij meer kleuren en meer nieuwe vormen dan ik ooit van te voren had kunnen bedenken. De fase van schetsen gaat in feite constant door. Een experiment bijv met kleurcombinaties kan nu zo interessant worden dat dit leidt tot het centrale thema van het schilderij. Maar ik blijf verbondenheid voelen met het model en de omgeving

Abstracte schilderijen

De abstracten maak ik omdat ik mijn eigen vormtaal ook wil uiten. Het vanuit het niets, zomaar iets creëren is een heel aparte sensatie. Hierbij concentreer ik mij niet meer op de omgeving maar ik concentreer mij volkomen op de verf die op het doek moet komen. Tijdens dit werken lijkt het of de wereld alleen bestaat uit een schilderij. Ik kan heel kwaad worden en teleurgesteld zijn als het fout gaat , maar intens tevreden als het lukt.
Misschien is het plan wel al de concepten die ik heb ontwikkeld los te laten. Gewoon beginnen en vertrouw erop dat er wel wat uitkomt.
Uiteindelijk zal ik verrast worden door de vormen en structuren enz zoals ze zijn met hun zeggingskracht op het doek.


Verzadiging

Als ik werk binnen een bepaald genre dan treedt er na verloop van tijd altijd een verzadiging op. De concentratie die ik moet opbrengen om een goed schilderij te maken wordt steeds moeilijker te bereiken . Graag richt ik mij dan op een andere manier van werken. Daarnaast is het zo dat de resultaten van deze processen elkaar enorm voeden.

Techniek

Tenslotte nog iets over de techniek. Het materiaalgebruik komt in alle drie de genres wel aardig overeen.
Omdat mijn lijf allergisch reageert op verven met terpentijn, ben ik gaan experimenteren met acrylverven. Graag schilder ik laag over laag over laag, met gekleurde onderschilderingen Hiervoor gebruik ik sterk met water verdunde acrylverf. Deze lagen hechten zich niet heel sterk aan de ondergrond. Gebruik ik zachte penselen dan kan ik eroverheen schilderen zonder dat de kleur zich fysiek mengt. Gebruik ik hardere kwasten dan kan ik lagen min of meer losmaken en mengen. De lagenopbouw is van donker naar licht. Hoe helderder je de kleur wilt laten zijn hoe groter het contrast met de nabijgelegen kleur moet zijn. Overigens gebruik ik goedkopere met minder pigmenten gemaakte verfsoorten voor de in diepte wegvallende partijen. Voor de hogelichten gebruik ik de hoogste kwaliteit verven.
Het nadeel van acrylverf is wel dat als je fouten maakt dit bijna niet meer te herstellen is. Het voordeel is dat de verflagen snel kunnen drogen . Het maakt een groot verschil of je papier als ondergrond neemt of geprepareerd linnen. Op gesso blijft de verf als een film liggen. Papier zuigt de verf gedeeltelijk op.